Wat is een (cybernetisch) systeem?

In zijn weergave van het Batesoniaanse paradigma schrijft Morris Berman in zijn ‘De terugkeer van de betovering’ (1986) over het cybernetische (zelfsturende/terugkoppelende) systeemdenken het volgende:

pp 237 … komt het er op neer dat het systeem zichzelf voortdurend, als een koordanser, corrigeert om homeostase te bewerkstelligen en/of op hol te slaan, en dat zelf-correctie proefondervindelijk gedrag inhoudt. Niet-levende dingen handhaven een passief bestaan; levende eenheden, of mentale systemen, ontsnappen aan verandering door middel van verandering, of, om preciezer te zijn, door voortdurende verandering te belichamen. De natuur, zegt Bateson, aanvaardt efemere (vluchtige/vergankelijke) verandering ten gunste van stabiliteit op langere termijn. Het bamboeriet buigt in de wind om zijn oorspronkelijke positie weer in te kunnen nemen zodra de wind gaat liggen, en de koorddanser verschuift zijn gewicht onophoudelijk om te voorkomen dat hij van de hoge draad valt.

Zelfs op hol geslagen systemen bevatten de zaden van zelf-correctie.

Symmetrische spanningen onder het Iatmul volk in Nieuw-Guinea lopen zo hoog op dat vrijwel voortdurend de hulp wordt ingeroepen van het complementaire rituele Naven gedrag. De alcoholist komt meestal pas naar de AA wanneer hij of zij tenslotte geen weg meer weet. Volgens Marx lag het in het karakter van het kapitalisme besloten dat het zijn eigen graf zou graven, en ook dat is een voorbeeld van cybernetisch denken; en hongersnoden, epidemieën en oorlogen kunnen worden beschouwd als extreme gevallen van pogingen van de natuur om haar homeostase te handhaven.

Het huidige verval van de industriële maatschappijvorm zou best een manier kunnen zijn waarop de planeet zelf een grootschaliger dood probeert te vermijden. Veel gebeurtenissen in het systeem hebben hun eigen energiebronnen, dat wil zeggen dat ze van energie worden voorzien door het reagerend onderdeel, en niet door toedoen van het effect van het onderdeel dat de reactie bewerkstelligt.

Anders geformuleerd komt dit criterium erop neer dat levende systemen zichzelf verwezenlijken, en dat het eerder subjecten dan objecten zijn. De reactie van een hond die een trap krijgt wordt door het eigen metabolisme van het dier bewerkstelligd; de enkele tientallen centimeters die de hond aflegt als gevolg van de kracht van je trap is minder van belang dan zijn daaropvolgende reactie, die kan betekenen dat er een hap uit je been wordt genomen.

Op basis van deze criteria voor mentale systemen, MINDS (geestelijke werkelijkheden), volgt de voor de hand liggende vraag: Hoe weten we iets van de wereld, dat wil zeggen, van andere geestelijke werkelijkheden? Volgens het Cartesiaanse model leren we een verschijnsel kennendoor het tot in de eenvoudigste elementen te ontleden en vervolgens opnieuw in elkaar te zetten. Er is (in de vorige hoofdstukken) al genoeg gezegd over het bedrieglijke karakter van deze atomistische benadering, Cybernetisch beschouwd, is de Cartesiaanse analyse in feite een manier om de meeste verschijnselen niet te leren kennen, omdat MIND alleen het kenmerk kan zijn van een aggregaat dat met iets of iemand een interactie aangaat. Betekenis is praktisch synoniem met context. Maak iets los uit zijn context (een lichtstraal bijvoorbeeld) en de situatie verliest haar betekenis, met hoeveel wiskundige precisie ze verder ook kan worden weergegeven.

In de cybernetische theorie kunnen we dus alleen iets leren kennen in een context, in de relatie van iets met andere dingen? Naast ‘context’ gebruikt Bateson andere woorden om naar ‘betekenis’ te verwijzen, en dat zijn ‘redundantie’, ‘patroon’ en ‘codering’. De circulatie van informatie houdt de reductie van toeval in, een proces dat we ook de creatie van
negatieve entropie kunnen noemen (entropie is de mate waarin een systeem toevallig is of toeval toelaat). Wanneer iets redundant is, wanneer iets een vast patroon bezit, is het niet toevallig en vormt het een bron van informatie. Communicatie is zo de creatie van redundantie, en redundantie is het centrale epistemologische begrip in de cybernetika, die de wetenschap van boodschappen is. …. Redundantie is een golf-hypothese; het woord is afgeleid van het latijnse woord unda, golf. Een re-dundante situatie is een situatie waarin de ene golf gelijksoortige of identieke informatie na de andere over ons heenspoelt. De holistische optiek van de beide (vader en zoon) Batesons is geworteld in de opvatting dat we de wereld om ons heen door middel van redundantie (leren) kennen………….

Deze tekst boven is te vinden op pp 237 uit: Morris Berman, De terugkeer van de betovering: Wetenschap en wereldbeeld (1986) Uitgeverij Bert Bakker Amsterdam.

Geplaatst in Applied Mythology, Applying Anthropology, Cultural Selfreflection, Epistemology, Evolutionary Alienation, Organisms as Selfcorrective Systems, Rituals of Passage and Affliction, Systemtheory

Latest Comments